Sinds ChatGPT eind 2022 verscheen, woedt er een debat over wat AI met onze banen doet. Aan de ene kant van het debat zijn er mensen als Anthropic-topman Dario Amodei, die voorspelde dat AI binnen vijf jaar de helft van alle witteboorden-instapbanen zou kunnen wegvagen. Aan de andere kant de sceptici, die wijzen op een werkloosheidscijfer dat gewoon laag blijft.
Vorig jaar kwam er data in dit debat. De Stanford-econoom Erik Brynjolfsson liet zien dat in de VS jonge starters in AI-gevoelige beroepen de eerste klappen opvangen: hun werkgelegenheid daalt, terwijl die van oudere collega’s doorgroeit. Hij noemde ze de kanaries in de kolenmijn. Begin dit jaar vonden Rabobank-economen Jesse Groenewegen, Niek van Limbergen en Nic Vrieselaar een vergelijkbaar patroon voor Nederland — en kregen prompt stevige methodologische kritiek van de arbeidseconomen Salomons en Van den Berge. Kennelijk is het niet zo eenvoudig.
Wie heeft er gelijk? Dat wilde ik zelf kunnen nagaan. Dus heb ik de analyse opnieuw opgebouwd, van de grond af, met uitsluitend openbare data. Geen afgeschermde microdata, iedereen kan elke stap controleren. Daarbij wijk ik op een paar punten af van de Rabobank analyse, vooral om te corrigeren voor demografische effecten en de effecten van de COVID periode. De volledige details staan in het bijbehorende uitgebreide artikel.
De analyse
In het kort: de International Labour Organisation (ILO) heeft per beroep een score uitgerekend voor hoe goed generatieve AI de taken van dat beroep kan overnemen. Dat noemen ze ‘AI-vatbare’ beroepen. De beroepen met de hoogste scores vallen in twaalf Nederlandse beroepsgroepen — denk aan boekhouders, secretaresses, softwareontwikkelaars en marketeers. Vervolgens volg ik per leeftijdsgroep, in de openbare CBS-cijfers, welk aandeel van de werkenden zo’n AI-gevoelig beroep heeft.
Dit is wat er dan uitkomt:

Twee dingen springen eruit. Ten eerste: bij jongeren (15–25, de rode lijn) is er echt iets aan de hand. Het aandeel dat in een AI-gevoelig beroep werkt is sinds eind 2022 met zo’n 16% gedaald, terwijl elke andere leeftijdsgroep vlak blijft of doorstijgt. Precies het kanarie-patroon. Maar ten tweede: kijk naar wat er vóór die daling gebeurde. In 2021 schoot diezelfde rode lijn met bijna 40% omhoog: dat waren de jaren van gratis geld en een oververhitte tech-arbeidsmarkt. Ook na de hele daling staan jongeren nog altijd boven het niveau van voor corona.
Ok, dus we weten nu dat het percentage van de jongeren in een AI-gevoelig beroep aan het dalen is. Is dit AI die starters verdringt, of een tech-hausse die leegloopt nu de rente weer ’normaal’ is? De data ondersteunt beide conclusies. We kunnen nog op een andere manier naar de data kijken: binnen dezelfde groep jongeren de AI-gevoelige beroepen vergelijken met alle andere beroepen.

We zien het zelfde patroon. Jongeren in niet-vatbare beroepen (de blauwe lijn) kenden geen hausse en geen terugval: een rustige, gestaag stijgende lijn. De hele boog zit uitsluitend in de AI-gevoelige beroepen. Ook hier kunnen we geen onderscheid maken tussen de twee mogelijke verklaringen — AI of tech-hausse — omdat we bij beide verklaringen precies hetzelfde plaatje verwachten. De AI-gevoelige beroepen zíjn de rentegevoelige tech- en kantoorberoepen.
Mijn conclusie, voor nu: er is een reële, opvallend specifieke omslag bij jonge starters in AI-gevoelige beroepen, die niet door demografie, COVID of de brede conjunctuur te verklaren is, en die precies past bij wat Brynjolfsson in de VS vond. Of AI de oorzaak is gaan de komende kwartalen leren. Zakt de rode lijn door de blauwe heen, dan werkt het verhaal “gewoon normalisatie na een hausse” niet meer. Blijft ze erboven hangen, dan werken er per saldo nog steeds méér jongeren in deze beroepen dan voor corona.
Het mooie van openbare data: je hoeft mij niet te geloven. De volledige analyse, met interactieve grafieken waarin je zelf per beroep kunt opzoeken hoe AI-gevoelig het is, staat in het uitgebreide artikel. En wie het écht zelf wil nadoen: één Python-script downloadt de bronnen en reproduceert elke tabel en grafiek, ook deze twee. Zodra het CBS een nieuw kwartaal publiceert, kan iedereen zien welke kant de kanarie op vliegt.