Met AI hebben we iets wat we als uniek menselijk zagen, onze intelligentie, in een machine gerealiseerd. En nu staan we ernaar te kijken. Wat we zien verrast en ontregelt ons: misschien is intelligentie niet precies wat we dachten dat het was, en is het misschien niet alleen van ons.
Die ontregeling, dat is ons eerder overkomen: Copernicus liet zien dat de mens niet het centrum van het heelal is, en Darwin liet zien dat de mens een dier is tussen de andere dieren. Sigmund Freud beschreef zulke verschuivingen als ‘krenkingen’ van de menselijke eigenliefde. Het zijn pijnlijke decentreringen, waarbij de mens afscheid moet nemen van diep gekoesterde overtuigingen. En bij die pijn hoort rouw.
In 1969 schreef de Zwitserse psychiater Elizabeth Kübler-Ross over rouw. Zij identificeerde de ons welbekende vijf stadia: ontkenning, boosheid, onderhandelen, depressie, en acceptatie. Misschien kunnen we dit frame ook toepassen op hoe mensen op AI reageren? In een essay uit 2024 schrijft techniekfilosoof Benjamin Bratton precies hierover. Niet als stadia die elkaar opvolgen, maar als typologie. Bijvoorbeeld zo:
Ontkenning — “het is maar autocomplete, gewoon statistiek, niet echt intelligent en zeker niet echt creatief.”
Woede — “AI is een existentiële bedreiging, het bedreigt werk en menselijke waardigheid en moet worden tegengehouden, eventueel met geweld.”
Onderhandelen — “met de juiste regels, ethische commissies en ‘alignment’ kunnen we AI in toom houden.”
Depressie — “het is misschien al te laat om de mensheid van AI te redden, dit loopt slecht met ons af.”
Aanvaarding — “dit zat er altijd aan te komen, het is een volgende stap in een lang evolutionair proces.”
Allemaal begrijpelijke, menselijke reacties. We hebben ze allemaal de afgelopen tijd in het nieuws langs zien komen. Elk bevat een kern van waarheid, en tegelijk een versimpeling. Kunnen we hier iets mee? Kan dit frame ons helpen om naar de toekomst te kijken? Voorbij de stadia van rouw te komen?
In zijn artikel nodigt Bratton ons uit om op zoek te gaan naar andere manieren van nadenken over de aard van artificiële intelligentie, manieren die noch optimistisch of pessimistisch zijn, noch utopisch of dystopisch. Zodat we met open ogen in de spiegel kunnen kijken die AI ons voorhoudt, en iets kunnen leren over onszelf en onze plek in de wereld.