Het vak van software developer gaat niet verdwijnen, maar wordt rijker dan ooit.
Als programmeur bedenk je iets, een website, spel of algoritme, en de computer voert het uit. Dat is de kern van het vak: je vertaalt een menselijke intentie naar een werkend computersysteem. Dat verandert niet. Maar de gereedschapskist is de afgelopen paar jaar geëxplodeerd.
Andrej Karpathy (voormalig AI-directeur van Tesla, medeoprichter van OpenAI en uitvinder van de term ‘vibe coding’) heeft daar een helder denkkader voor. Hij onderscheidt drie soorten software:
1.0 — Klassieke code. Regels die de computer exact vertellen wat hij moet doen. Denk aan je tekstverwerker, je bankapp, of de software die een raket naar de maan stuurt. Tot nu toe geschreven door mensen, maar dat gebeurt steeds vaker door AI of samen met AI.
2.0 — Neurale netwerken. Systemen die niet geprogrammeerd worden met regels, maar getraind met enorme hoeveelheden voorbeelden. De zelfrijdende auto herkent een voetganger niet omdat iemand regels heeft geschreven over hoe een voetganger eruitziet, maar omdat het systeem miljoenen voorbeelden heeft gezien.
3.0 — Taalmodellen zoals Claude, ChatGPT en Gemini. Het zijn complexe systemen die zelf vol zitten met neurale netwerken. Het bijzondere is dat je ze kunt sturen met gewone taal: je ‘programmeert’ ze met een prompt.
Om de enorme variëteit van de wereld aan te kunnen moet je soms naar software 1.0 grijpen, soms 2.0, en soms 3.0. Of een combinatie daarvan, bijvoorbeeld bij AI Agents.
Vanaf nu werken we steeds vaker samen met AI agents die het grootste deel van de code schrijven. De developer houdt de regie: specificeert het gewenste resultaat, verifieert de code. Zonder concessies aan kwaliteit. Karpathy noemt dit ‘Agentic Engineering’: agentic omdat je als developer meestal niet meer zelf de code schrijft maar daar agents voor inzet, engineering omdat het een echt vakgebied is en blijft, met zijn eigen diepgang en expertise.
Maar wat betekent dit voor het vak? Moet elke developer straks alle drie de vormen van software beheersen, of ontstaan er nieuwe specialisaties? Hoe verandert de verhouding tussen ontwerpen, bouwen en testen? Bij Firda en NHL Stenden zijn we volop met deze vragen bezig. Want als het vak verandert, moet het onderwijs meebewegen.
Links: