Exponentiële groei: bedrieglijk langzaam in het begin, en dan alarmerend snel. Je legt op het eerste vakje van een schaakbord 1 rijskorrel, op het tweede vakje 2 korrels, dan 4, dan 8, enzovoort. Hoeveel rijst heb je in totaal nodig voor de 64 vakjes? Neem even een moment om het je voor te stellen. Wat zegt je gevoel? Dan het antwoord: je hebt 370 miljard ton rijst nodig, oftewel ongeveer 670 maal de huidige wereldproductie.

Halverwege het schaakbord staat de teller ‘nog maar’ op 43 ton. Futurist Ray Kurzweil heeft het dan ook over ‘de tweede helft van het schaakbord’ als term om aan te geven wanneer de snelheid van exponentiele groei echt voelbaar wordt in technologische ontwikkeling. Op dat punt zijn we nu aangeland met generatieve AI. Het betekent dat onze intuitie ons in de steek laat. Dat ontwikkelingen zo snel gaan dat een mening over AI een houdbaarheid heeft van hooguit 6 maanden. Dat ons collectieve voorstellingsvermogen volstrekt ontoereikend is om te zien wat er gaat komen, zodat we op dit moment louter reactief reageren.

Voor mij is 2025 het jaar geweest waarin de AI-versnelling echt voelbaar werd. Taalmodellen als Claude, Gemini en ChatGPT werden steeds krachtiger, en AI agents kwamen op. Software-ontwikkelaars zagen hun dagelijks werk compleet veranderen, zelfstandigen in de creatieve sector zoals vertalers, fotografen en ontwerpers raken opdrachten kwijt.

Wat staat ons dan te doen? Hoe zorgen we ervoor dat deze revolutie goed is voor mens, maatschappij en natuur? Dat de kosten en baten rechtvaardig worden verdeeld? Er staat te veel op het spel om dit gelaten over ons heen te laten komen. Het vraagt om reflectie in het onderwijs, in bedrijven, in de brede samenleving.